Valkuilen

Klachten

Veel mensen kunnen niet zo gemakkelijk vertellen wat er aan de hand is. Ze voelen wel  onvrede maar het is niet zo duidelijk waaraan het ligt. De onvrede kan bijvoorbeeld  betrekking hebben op relaties. Het lijkt wel of elke relatie volgens een vast patroon  op een mislukking uit loopt. Of dat er met verschillende mensen steeds hetzelfde soort  probleem optreedt. Banen die steeds uitmonden in ontslag. Als er bij iemand sprake  is van dergelijke herhalingen is de kans is dan groot dat deze  persoon steeds in dezelfde ‘valkuil’ loopt. Hieronder wordt een opsomming gegeven van  dergelijke valkuilen met daarbij van elk een korte karakterisering.

Emotioneel tekort; “Ik krijg nooit de liefde die ik nodig heb.”

Ik krijg niet de aandacht, liefde en zorg die ik nodig heb. Mijn relaties eindigen allemaal op dezelfde manier. Eerst is het fantastisch maar na een tijdje houdt mijn verliefdheid op, ik verlies mijn interesse. Ik begrijp niet hoe het komt maar nadat ze eerst alle aandacht voor mij hadden vergeten ze mij te bellen en hebben ze op den duur meer belangstelling voor anderen dan voor mij. Het einde van het liedje is dan ook ik mijn interesse verlies. Ze zeggen wel dat ze van mij houden, maar het is niet genoeg

Verlating/instabiliteit; “Ik smeek je laat mij niet in de steek”

Ik kan mij nooit helemaal geven. Ik ben altijd bang dat ik degene van wie ik houd toch weer kwijt raak. Maar op een gegeven moment laten ze me altijd weer in de steek. Dan komen ze te laat thuis of zo en dat maakt mij angstig. Wat ze ook zeggen om mij gerust te stellen ik geloof toch dat er iets aan de hand is. Het einde van het liedje is dat ze zeggen dat ze erg veel van mij houden maar dat ze mijn bezorgdheid niet langer kunnen verdragen. Misschien heeft het er mee te maken dat ik mijn vader op jonge leeftijd verloren ben. Het lijkt wel of ik steeds opnieuw hetzelfde mee moet maken.

Wantrouwen/misbruik “Ik kan jou niet vertrouwen”

Ik weet dat ze van mij houdt. Toch vertrouw ik haar niet. Ik blijf het gevoel houden dat ze me in de maling neemt. Op een dag zal ze me aankijken en zeggen, nu is het over ik heb altijd tegen je gelogen, ik hield nooit echt van je

Sociale isolatie/vervreemding “Ik ben overal en altijd een vreemde eend in de bijt.”

Ik voel mij nergens thuis. Altijd als ik tussen andere mensen verkeer heb ik het gevoel dat ik anders ben dan zij. Dat was ook al zo in mijn geboorte dorp. Wij werden daar niet geaccepteerd omdat wij de enige “immigranten” uit de grote stad waren. Als klap op de vuurpijl hadden mijn ouders ook nog eens een ander geloof.

Defect/schaamte “Ik ben geen knip voor mijn neus waard”

Ik ben wanhopig. Het leven ziet er zo zwart uit. Ik ben bang dat mensen niks van mij willen weten als ze ontdekken hoe erg ik tekort schiet. Ik had vroeger altijd het idee dat mijn ouders alleen van mij hielden als ik het hen naar de zin maakte, dat ze dus niet van mij hielden om wie ik was maar om wat ik deed.

Falen om te presteren/iets te bereiken “Ik ben een mislukking.”

Ik ben jaloers op mijn broertjes. Hen lijkt alles veel makkelijker af te gaan. Ze deden het nog beter ook op school. Mijn vrienden zeggen dat mijn bedrijf er wezen mag. Ik heb het van de grond af opgebouwd met mijn blote handen. Maar kijk nu eens wat ik verdien. Ik kan nog steeds niet tippen aan het inkomen van mijn broers. Volgens mij kijken ze vreselijk op mij neer. Mijn ouders heb ik erg gemist. Ze hadden me best een beetje meer kunnen helpen.

Afhankelijkheid/incompetentie/onbekwaamheid “In mijn eentje red ik het niet”

Toen ik mijn man leerde kennen keek ik geweldig tegen hem op. Hij leek zo sterk en zo zelfverzekerd. Hij kon mij echt goed helpen als ik problemen had. Nu gaat het heel anders. Hij is vaak boos op mij omdat ik dingen niet goed doe. Maar ik kan het echt niet rooien zonder zijn hulp en hij beschuldigt mij ervan dat ik zijn leven verziek. Op hulp van hem hoef ik niet te rekenen. Ik heb nog altijd heimwee naar vroeger. Toen waren er altijd mijn ouders. Op hen kon ik leunen als ik er zelf niet meer uitkwam.

Kwetsbaarheid voor kwaad en ziekte “Een ongeluk zit in een klein hoekje”

Vaak zit ik te piekeren over van alles en nog wat. Het meest wel over mijn gezondheid. Hoe vaak ik niet bij de dokter ben geweest. Hij begint al te zuchten als ik binnen kom. De laatste keer zei hij dat ik maar eens met een psycholoog moest gaan praten omdat het tussen de oren zit. Mijn vader was ook een angstige man. Bij hem ging het er meer om dat hij bang was voor brand en zo. Hij moest steeds controleren of het gas wel uit was en of er geen elektrische apparaten stand-by stonden. Soms werd hij er zelfs ‘gek’ van, van al dat controleren.

Onderwerping “Ik doe het altijd op jouw manier”

Ik voel mij niet gelukkig. Mijn man is niet gauw tevreden. Ik probeer het hem altijd naar de zin te maken. Toch blijft hij ontevreden. Eigenlijk weet ik niet zo goed wat ik zelf wil. Daar ben ik nooit zo mee bezig om je de waarheid te zeggen. Mijn ouders gaven mij niet zoveel speelruimte.

Zelfopoffering “Ik sta altijd voor je klaar”

Ik voel me pas goed als ik wat kan betekenen voor andere mensen. Dan heb ik tenminste het gevoel dat ik gelukkig ben. Dat was vroeger al zo. Als ik zag dat mijn ouders problemen hadden, dan probeerde ik ze te helpen, bijvoorbeeld door met ze te praten over hun problemen. Uiteindelijk zijn ze toch gescheiden

Emotionele remming”Ik probeer er altijd voor te zorgen dat ik anderen niet kwets.”

Ik vind het verschrikkelijk om anderen pijn te doen. Zelf zal ik niet gauw huilen of boos worden. Mensen hebben daardoor wel eens het gevoel dat ze me niet ècht kennen. Thuis heerste er een wat koele rationele sfeer.

Onverbiddelijke hoge eisen/overkritisch zijn.”Het kan altijd beter”

Ik stel aan mijzelf hoge eisen zoals ik ze nooit aan een ander zou durven stellen. Ik weet dat mensen van mij denken dat ik heel veel kan, dat ik weinig fouten maak. Ik zou het vreselijk vinden als ze teleurgesteld in mij raken. Dan verliezen ze alle respect voor mij. Mijn ouders hechtten veel belang aan schoolprestaties. Als ik een laag cijfer haalde, werd ik soms zelfs geslagen.

Gerechtigd zijn/grandiositeit”Ik doe wat ik wil.”

Ik kan er niet tegen als mensen zich met mij bemoeien, m.n. als ze me zeggen wat ik moet doen. Vriendschappen zijn bij mij altijd maar voor kortere tijd. Er komt altijd een moment dat mensen onredelijke eisen aan mij gaan stellen. Mijn ouders waren lieve mensen. Ze gaven mij alles wat ik kon wensen. Omdat ze niet veel tijd hadden zorgden ze ervoor dat er altijd wel een of andere gouvernante rond liep om voor mij te zorgen.

Onvoldoende zelfcontrole/zelfdiscipline “Men noemt mij impulsief en wispelturig.”

Als ik iets graag wil hebben kan ik mijzelf niet beheersen. Dan kan ik niet rusten tot ik het heb. Mijn vader was ook al zo. Hij heeft voor de scheiding grote schulden gemaakt.

Wat is er aan de hand ?

Een kind kent tot het naar school gaat in hoofdzaak maar één wereld, thuis. Als in die wereld voorzien wordt in de belangrijkste behoeften, zal het kind leren op een open flexibele manier, vol vertrouwen de wijdere wereld tegemoet te treden. Wordt daarentegen in belangrijke behoeften niet voorzien dan zal het kind er bij passende verwachtingen ontwikkelen. Het zal strategieën ontwikkelen om in een gevaarlijke, onvoorspelbare of kille wereld te overleven. Deze strategieën op hun beurt hebben grote invloed op de reacties van uit de omgeving. Als je iemand met wantrouwen tegemoet treedt zal je snel inconsistenties ontdekken in de reacties van de ander. Als je dan woedend wordt en die ander van onbetrouwbaarheid beschuldigd zal deze persoon voorzichtig worden en niet meer het achterste van zijn tong laten zien. Dit achterhouden van informatie creëert een situatie waarin hetzelfde opnieuw kan gebeuren. Zo creëert een achterdochtige persoon een achterdochtige omgeving.

Het patroon van verwachtingen dat op zo’n manier ontstaat wordt in deze context een schema of wel valkuil genoemd. Ook wordt bij dergelijke problemen wel de wat beladen term, ‘persoonlijkheidsstoornis’ gebruikt. Mensen zijn het zich vaak niet bewust dat zijzelf een belangrijk aandeel hebben in het creëren van een wereld waarin hun schema’s een valkuil zijn waarin ze steeds opnieuw terecht komen. In het jargon van therapeuten heet het dat de schema’s egosyntoon zijn. De buitenwereld ziet de schema’s als iets dat hoort bij de persoon maar de persoon zelf kan zich nauwelijks of niet voorstellen dat er ook een andere manier is om tegen de wereld en zichzelf aan te kijken.

De hierboven staande lijst kan niet gezien worden als definitief. In verschillende drukken van de boeken over dit onderwerp zijn er kleine verschillen zowel in het aantal als in de beschrijvingen van de valkuilen.

Therapie

De therapie die gericht is op het behandelen van dit soort problemen heet in het Engels  “schema focused therapy”; in het Nederlands vertaald met schema gerichte therapie of  schematherapie. Het eerste wat nodig is in therapie is dat het patroon ook voor de cliënt  zelf herkenbaar wordt. Bijvoorbeeld met behulp van registratieoefeningen kan iemand, die  het gevoel heeft dat zijn leven een aaneenschakeling van mislukkingen is, de verhouding  tussen mislukkingen en successen in een realistischer perspectief gaan zetten.  Vervolgens is het nodig om de schema’s zelf bij te stellen. De cliënt zal door de therapeut worden uitgedaagd het realiteitsgehalte van de schema’s aan een onderzoek te onderwerpen. Tenslotte oefent de cliënt situaties steeds opnieuw op een op een meer werkbare manier te interpreteren.

Literatuur: Young J.E. & J.S. Klosko: Leven in je leven;